Pedagogische basis voor trainen geven

Laat je spelers zelf ontdekken en groeien

Pedagogische basisprincipes

Hieronder staan de 4 pedagogische basisprincipes voor het training geven beschreven:

1. Structureren

  • Spreek uit wat je van de sporters verwacht.
  • Maak afspraken over praktische zaken, zoals waar, hoe laat, wie.. etc.
  • Maak afspraken over de omgang met elkaar, ook met de ouders.
  • Spreek elkaar tijdig aan als grenzen worden overschreden.
  • Geef zelf het goede voorbeeld! Kom afspraken na of geef eerlijk aan als iets je niet lukt.

2. Stimuleren

  • Voorkom algemene complimenten, maar geef gericht complimenten. Bijvoorbeeld op de uitvoering van een specifieke taak.
  • Geef ook complimenten wanneer iemand persoonlijk vooruitgang boekt of een goede inzet toont.
  • Maak eerst een compliment en begin dan met de verbeterpunten.
  • Verpak verbeterpunten als tip of opdracht.
  • Leg niet te veel nadruk op dat wat nog niet goed gaat. Fouten maken mag!

3. Individueel aandacht geven

  • Noem iedereen bij hun naam, laat weten dat ze er mogen zijn.
  • Heb belangstelling voor elke sporter, vraag bijvoorbeeld eens hoe het op school gaat.
  • Benadruk het positieve dat elke sporter bijdraagt op sportief en sociaal vlak.
  • Pas aanwijzingen aan op het niveau van de individuele sporter.

Waardeer de diversiteit in de groep en laat sporters elkaar helpen en van elkaar leren.

4. Regie overdragen

  • Stel meer open vragen en geef minder aanwijzingen, uitleg, adviezen.
  • Stel je feedback uit om sporters de ruimte te geven zelf na te denken.
  • Help sporters om na te denken over hun volgende ontwikkelstap. Het is juist goed als dat kleine, haalbare stappen zijn.
  • Geef keuzemogelijkheden om het zelfgekozen doel te bereiken als ze er zelf niet helemaal uitkomen.
  • Complimenteer sporters voor de gemaakte keuzes en de verantwoordelijkheid die ze nemen.

Deze 4 bovenstaande punten zijn ook verwerkt in een overzichtelijk filmpje. Klik hier voor het filmpje over de ‘4 inzichten in trainerschap’.

Vragenderwijs training geven

Betrokkenheid creëren en regie bij de spelers krijgen. Eigenaarschap van het spel, van het samenwerken, van samen doelen maken en nastreven. Dit begint erbij dat je spelers keuzes geeft en laat nadenken hoe ze iets doen, waarom ze iets doen en wat ze doen.

Om hier als trainer mee te beginnen, is simpel. Gewoon vragen stellen. Eerst iedereen een vraag, later steeds meer of dat je het gebruikt in de bespreking, bij uitleg, bij verbeteren, bij alles. Je kunt het natuurlijk sturen.

Het wordt zo niet eenrichtingverkeer vanuit de trainer, maar spelers gaan voelen dat ze belangrijk zijn en dat ze speciaal zijn. Het creëert betrokkenheid en dit draagt ook bij aan behoud en plezier, eigenwaarde en groei van zelfvertrouwen.

Uiteindelijk leren spelers zelf nadenken, zelf keuzes maken, samen oplossingen te bedenken en uit te voeren. Dit is wat je nodig hebt om een goede korfballer te worden, maar ook zelfstandig te worden als speler, team en als persoon.

Voor meer visuele ondersteuning, die inzichten geven over de visie op korfbal training geven, bekijk de volgende 4 filmpjes van Spelenderwijs Verbeteren.

Impliciet leren

In de trainingsstof stimuleren we “impliciet leren” en passen we de trainingen aan op het niveau van ieder individu. Kinderen leren het beste spelenderwijs, door zelf te ontdekken hoe iets werkt, zonder bewuste technische aanwijzingen. Dit komt ook terug in de verschillende trainerscursussen, die onze trainers kunnen volgen.

Hoe doen we dit?

  • Vragen stellen: stel vragen als “Hoe gaat het?” of “Waar kan ik je mee helpen?” om spelers aan te moedigen zelf oplossingen te bedenken.
  • Foutloos leren: begin met makkelijke oefeningen waar de actie vaak lukt, en maak ze geleidelijk moeilijker.
  • Analogie leren: gebruik metaforen, zoals “juichen” voor het schieten of “alsof je onder een laag plafond doorloopt” voor verdedigen.
  • Differentieel leren: varieer de oefenomstandigheden, bijvoorbeeld met verschillende ballen of in verschillende omgevingen.
  • Observerend leren: laat een speler of teamgenoot het voordoen, zodat anderen het kunnen nadoen.
  • Externe focus: richt de aandacht van de speler op het doel, zoals de korf, in plaats van op de techniek zelf.

Houding van trainers

Van trainers wordt een actieve positieve houding verwacht. Dat betekent aanwezig zijn. Zorgen voor een leuke en fijne sfeer. Maar tegelijkertijd ook tempo houden in de training, meedoen, voordoen. Dat betekent kort uitleggen en tijdens de oefeningen bijsturen en corrigeren. Zorgen dat tijdens de training iedereen zoveel mogelijk in beweging is. Stimuleren op alle korfbalacties van het korfbal.

Wanneer je met meerdere trainers op een training aanwezig bent, zorg er dan voor dat je actief bent. Alle trainers helpen actief met het verbeteren en stimuleren van de spelers. Haal alles uit de training door alle trainers in te zetten en te laten helpen.

Zorg dat je zelf ook sportief gekleed bent, dus geen gewone kleding.

BEKIJK OOK

Onze sponsors